Privégegevens zijn voor iedereen een goudmijn

Persoonlijke gegevens zijn het nieuwe betaalmiddel en daar is niks mis mee. Maar bedrijven die dat betaalmiddel accepteren, moeten er dan ook volledig transparant en veilig mee omgaan.
Dat betoogt Menno van Doorn, manager ViNT bij IT-dienstverlener Sogeti. Van Doorn maakt een nieuw rapport over Big Data in relatie met privacy, waarin onder meer aanbevelingen worden gedaan over privacy by design, het al van te voren inbouwen van de bescherming van persoonsgegevens bij de vergaring en verwerking van Big Data. Het is het derde onderzoek in een vierluik; het vorige kwam eind vorig jaar uit en ging over gedragsvoorspellingen via Big Data.

Ongrijpbare privacy
Het nieuwe rapport over de privacy in relatie met Big Data komt in de komende maand uit en daarin wordt getracht meer duidelijkheid te verschaffen over ‘het begrip’ privacy, dat voor veel bedrijven en organisaties nog ongrijpbaar is. “Niet alleen consumenten hebben nog geen idee wat er allemaal aan privacygevoelige informatie uit Big Data kan worden gedistilleerd. Maar ook bedrijven zelf. Dat levert vaak een schrikreactie op als de impact duidelijk wordt”, zegt Van Doorn.

Van Doorn beschrijft het komende rapport als “een crashcourse over privacy” voor iedereen die met Big Data werkt. “Iedereen doet nu maar wat, terwijl je reputatie als bedrijf in deze juist heel fragiel is. Je kan meer kapot maken dan dat je denkt op te bouwen.” De technologische mogelijkheden die het verzamelen en bewaren van Big Data makkelijk maken, gaan sneller dan de kennisvergroting op het gebied van bescherming van de privacy, vindt Van Doorn. “Er is een hype om alles maar te bewaren. Dat is de meest verontrustende kant van Big Data. Mensen zijn onwetend over in welke database hun gegevens allemaal zijn opgenomen.”

Bedrijven moeten verantwoordelijkheid nemen
Volgens Van Doorn staan we nog maar aan het begin van de “grote aanval op onze privacy” doordat de technologie het haast achteloos makkelijk maakt om ongemerkt door te dringen in onze privélevenssfeer. Bedrijven en organisaties moeten daarom hun verantwoordelijkheid nemen bij het omgaan met Big Data, vindt Van Doorn, en dat moet al beginnen voordat er aan het verzamelen en verwerken van ongestructureerde data wordt begonnen. Privacy by design moet in de hele organisatie doordringen.

“Door de toename van mobiele data, het plaatsen van sensoren in allerlei apparaten bij mensen thuis, die van afstand worden uitgelezen tot aan in je bed om te zien hoe je slaapt, dringt het vraagstuk door in het gehele privédomein. Het privacyvraagstuk in combinatie met Big Data wordt een vast onderdeel van het leven. Daar moet dus beleid op zitten”, schetst Van Doorn.

Wat en waarom?
Het rapport zal zich niet verliezen in hoogdravende managementtaal, zegt Van Doorn, maar een duidelijk stappenplan geven aan het hoger management om stil te staan bij hetgeen in eerste instantie nog zo simpel en makkelijk lijkt bij het omgaan met Big Data. Aangezien de technologie het verzamelen en verwerken van data niet meer beperkt en de mogelijkheden daarin vrijwel onbegrensbaar worden, moet er juist weer terug worden gegaan naar de basisvragen: wat en waarom.

“Natuurlijk begint alles met het doel waarvoor je denkt data te willen verzamelen en verwerken. Maar vervolgens is de vraag: welke data? Moet ik werkelijk alle mogelijke data verzamelen? Wat doen we er eigenlijk concreet mee?” Van Doorn noemt als voorbeeld de Smart Meter, de meter die energiebedrijven installeren om zo van afstand het verbruik te meten.

“Moet dat elke seconde of elke 15 seconden? Vergis je niet, dat maakt veel uit. De universiteit in München heeft zo’n meter gehackt om te zien wat voor info je er uit kan destilleren. Je kan door de fluctuering in het energieverbruik meten welke tv je gebruikt, maar zelfs welk tv-programma je zit te kijken. Ook was het gebruik van andere apparaten te herkennen, zoals een koffiezetapparaat. Dus dan moet je als Eneco beslissen om de Smart Meter niet elke seconde uit te lezen, om te voorkomen dat je dergelijke data verzamelt. Zulke beslissingen moeten in het design al worden opgenomen.”

Data als geld
Van Doorn pleit verder voor het volwassen omgaan met persoonlijke data, niet alleen door bedrijven, de politiek als wetgever en overheden, maar ook door burgers zelf. Die moeten af van hun Calimero-denken, in die zin dat zij af moeten van hun angst voor ‘de grote’ ondernemingen en hun rol gaan eisen tegenover die ondernemingen. Dat maakt de weg vrij om hun eigen data te gebruiken als ruilmiddel, als geld. “Nu zie je dat al snel data wordt weggegeven, vooral als mensen per direct een dienst willen gebruiken. De media nemen daar profijt van door het plaatsen van cookies verplicht te stellen voor bezoek aan de site of aan nieuwsberichten.”

Wat Van Doorn bedoelt is dat Big Data an sich al een paradox oplevert. Het schrikt af, zowel bij bedrijven en organisaties, als bij consumenten. Maar, zo betoogt Van Doorn, data wordt al sinds de jaren 60 van de vorige eeuw verzameld, alleen was het niet zichtbaar voor het grote publiek. Behalve, en dat gebeurde nogal eens, als de data fouten bevatte waarop wel verdere informatie werd gebouwd, die dus uitging van foute premissen “En nu geven we het zelf allemaal vrij via sociale media, wordt het ophalen van informatie door bedrijven en organisaties geautomatiseerd en is de koppeling met de bestaande data makkelijker.”

Een goudmijn
En het koppelen aan die bestaande data zal veel verder gaan, zegt Van Doorn. Snelkookpannen van Jamie Oliver die uitgerust zijn met wifi-sensoren, koelkasten, slimme meters: alle data wordt verzameld, gekoppeld en verwerkt. “Als de consument niet ingrijpt, zich niet het eigendom van de data toeëigent, gaat het langs de consument heen. De burger zit op een goudmijn en alleen bedrijven en overheden weten dat. Het wordt tijd voor het ontwaken van het bewustzijn van de burger.”

Bron: Computerworld.nl